Van Brandaa tot De Drie Schabellen

Het geboortehuis van Paus Adriaan

Finale conclusies aangaande de exacte locatie van het geboortehuis van Paus Adriaan
Van bedevaartsoord tot fietsenstalling
(een verkorte versie)


Niet alleen in de weinige publicaties van de afgelopen jaren, ook in de praktijk van alledag blijft de verwarring over de exactie locatie van het geboortehuis van Paus Adriaan voortbestaan. Met een grote regelmaat stuit ik op vertwijfelde stadsgidsen die de hoek van de Brandstraat/Oudegracht aanwijzen als zijn geboorteplaats of met een woest armgebaar willen aangeven dat die plek ergens in de Brandstraat te situeren is. Na bijna vijfhonderdzestig jaar twijfel wordt het hoog tijd dit raadsel op te lossen.

Een scala van mogelijkheden
Er zijn in het verleden een viertal opties naar voren gebracht. Optie A: volgens een overlevering; optie B: volgens J.E. Bosch, in het begin van de 19de eeuw eigenaar van zowel Oudegracht 265 als Oudegracht 267; optie C: volgens M. Houtzager, zie Jaarboekje Oud-Utrecht 1960 (huisje zou aan de Brandsteeg gelegen hebben en afgebroken zijn ter realisatie van een nieuw schoolcomplex in 1911); optie D: huisjes 823A en 823B of huisjes die gelegen zijn aan de achteringang van De Drie Schabellen, thans Oudegracht 267. Aan deze vier opties voeg ik optie E en F toe (optie F is niet ingetekend ligt boven optie E op het gebied van de serre van de De Drie Schabellen.
Drie Schabellen
Reconstructie op basis van de situatie ten zuiden van de Brandsteeg in het jaar 1911, na realisatie van de Paus Adriaanschool. Linksonder het hoekpand Oudegracht/Brandsteeg

Als we bovenstaande opties de revue laten passeren dan zien wij dat lange tijd optie B serieus is genomen. Door twee partijen wordt die locatie als mogelijkheid aangewezen. Optie C, die van Houtzager, komt dicht in de buurt, ligt echter te ver af van de gang die tegenwoordig toegang verschaft naar de fietsenbergingen van het appartementencomplex van woningbouwcorporatie Mitros of de aanbouw aan het pand De Drie Schabellen van optie F (zie onderstaande kaart).

De meeste analisten verzuimen in hun speurtocht naar de oorspronkelijke locatie van het geboortehuis van Paus Adriaan een kritische blik te werpen op het onderzoeksmateriaal. Daarenboven weten zij daar vaak ook niet op een creatieve wijze mee om te gaan. Met andere woorden zij leggen een zekere denkluiheid aan de dag door uit te gaan van de 19de eeuwse of zelfs 20ste eeuwse situatie, of beroepen zich, en dat is markant, steevast op dezelfde bronnen. Kortom, de meeste onderzoeken gaan ervan uit dat het geboortehuis één van de huisjes is geweest dat direct aan de rooilijn van de huidige Brandsteeg heeft gelegen. Wat dat laatste betreft volstaat mijn opmerking: er kan veel veranderen in 400 of 500 jaar, zelfs in Utrecht.

Drie Schabellen
Plattegrond van 1569

‘Zu den Sachen selbst’. Als we de kaart van Braun Hogenberg (1569-1572) tot uitgangspunt nemen dan krijgen we een ander inzicht in de situatie ter plekke. In mijn opties E en F heb ik mij gericht op een weergave van de werkelijkheid die zo dicht mogelijk in de buurt komt van het geboortejaar van Paus Adriaan, 1459.

Laten we de toenmalige situatie eens tegen het licht houden. In 1448 ruim tien jaar voor zijn geboortejaar wordt het voorhuis dat 7,5 m breed is en 11,5 m diep verbonden met het achterhuis van 7,5 m breed en 8,5 m diep (het huis gaat voortaan De Drie Schabellen heten). Dat achterhuis is zoals ik mijn boek naar voren heb gebracht een woontoren geweest met aan de zijkant, de Brandsteegkant, een traptoren. Na een grote bouwkundige ingreep sneuvelt zowel de binnenplaats tussen de twee gebouwen als de traptoren. Het nieuwe gebouw krijgt de uitstraling van een stadskasteel met een opp. van 7,5 bij 24 meter met een erf dat tot aan de Springweg liep.(1)
Zoals eerder beschreven is in mijn boek De Drie Schabellen, een vergeten stadskasteel kende het huis in de 15de eeuw (1448) geen belendingen. Zowel het 17de eeuwse pand Paus Adriaan, dat tegenwoordig deel uitmaakt van het complex Oudegracht 265, als het pand Oudegracht 269 maakt gebruik van de buitenmuren van De Drie Schabellen.

Op de kadastrale kaart van 1822 staat ten noorden van De Drie Schabellen (dus richting de Brandsteeg) een erf ingetekend, dat erf behoort in de 15de eeuw kadastraal nog tot voornoemd pand. Op dat erf stond namelijk de traptoren die toegang verschafte tot de woontoren en deze traptoren was via een pad bereikbaar vanaf de Brandsteeg (zie tekening onder lemma Huis Brandaa).
Volgens de oudst bekende kaarten van de stad Utrecht(1569 en 1572) is de Brandsteeg een tamelijk brede steeg geweest ongeveer net zo breed als de Smeesteeg, de latere Lange Smeestraat. De huidige breedte bedraagt te beginnen bij de Springweg ruim 5 meter om in de richting van de Oudegracht aanzienlijk te versmallen tot ongeveer 1,80 meter, al met al een tamelijk groot verloop.

Als we nog verder teruggaan in de tijd dan is de situatie ter plekke compleet anders, het gebied is dan voor een groot deel nog onbebouwd. In de akte met als datum 1300 waaraan C. Booth refereert wordt melding gemaakt van het huis Brandaa. Dit huis is volgens mijn veronderstelling de woontoren die in 1448 deel gaat uitmaken van De Drie Schabellen (in mijn boek heb ik deze these verder onderbouwd). In deze in het Latijn opgestelde akte staat volgens Booth dat het gebied noordwaarts van het huis Brandaa, dus richting de Brandsteeg, gevuld is met stallen, opstallen en schuren die later eind 14de, begin 15de eeuw verbouwd zullen worden tot ‘cameren’, kleine woningen en misschien ook wel tot een hoeve, het ingetekende hoekpand van de Oudegracht op de kaart uit 1569.

Tot slot
In het geboortejaar van Paus Adrianus (1459) treffen ter situ aan: een groot pand De Drie Schabellen dat voorheen Brandaa werd genoemd, verder een gang, een belendend pand, waarschijnlijk een houten hoeve die uit twee delen bestaat, met daarnaast een strook grond waarop veel later een zeer smal houten gebouw verrijst waardoor de Brandsteeg smaller wordt.
Iets verderop in de Brandsteeg zien wij parallel aan de erven van De Drie Schabellen een ‘vrijstaand gebouw’. Dat pand is net als de hoeve eigendom van de familie Boeyens. In werkelijkheid bestaat het uit een viertal ‘cameren’ waarbij de laatste vanuit de gracht gezien bewoond wordt door de vader van onze enige Nederlandse Paus, Floris Boeyenszoon. Volgens de overlevering (zie verder mijn boek) was de woning iets meer dan 3 meter breed en 6 meter diep, de woning ving ‘een spaarzaam licht’ van de Brandsteeg. Naast dat bewuste pand heeft een gang gelopen die uitkwam op de Brandsteeg.
Op de kaart zien wij voor het bezit van deze Pauselijke familie een strook land, dit betekent dat het gebouw anderhalve meter misschien wel twee meter van de toen bredere Brandsteeg heeft afgelegen. Aan de oostkant van het complex Boeyens treffen wij een kleine open ruimte aan, dit moet de oude zij-ingang zijn van De Drie Schabellen die voorheen aansloot op de traptoren van het achterhuis, de woontoren, die in 1448 door de samenvoeging van twee panden is gesloopt. Die strook behoorde destijds tot het grondgebied van De Drie Schabellen. En wat lezen we in een artikel uit 1835, onder redactie van N. van der Monde, dat het (geboorte)huis met ‘drie ramen uitkeek op een binnenplaats’.

Als we de verwantschapslijnen van de eigenaren van het woningareaal uit dat gebied op een rijtje zetten dan is het achterhuis, dat wil zeggen de woontoren, van De Drie Schabellen volgens de akte uit 1300 in bezit geweest van IJsbrandt van der Aa (vandaar de naam Brandsteeg) die het verworven heeft van een adellijke familie. In de bewuste akte staat in bezit geweest van edellieden uit het Sticht. Ook staat er geschreven dat er een relatie is met het kapittel van Oudmunster. Niet veel later zal het pand verkocht worden aan een geslacht van houtkopers. Deze transactie heeft waarschijnlijk aan het eind van de 14de eeuw plaatsgevonden en de familie Was geparenteerd aan de familie Arntz (Van den Heyligen Lande) wordt vanaf het midden van de 15de eeuw de gelukkige eigenaar. Nu wil het geval dat de vader van deze Adrianus een timmermansknecht is die hoogstwaarschijnlijk in dienst is geweest van deze Hendrik Was, volgens de boeken een houtkoper en kistenmaker van aanzien. Zoals bekend woonden de knechten en de gezellen in de middeleeuwen in de stegen, de kooplieden aan de Oudegracht.

Toch is het pientere knaapje uit de Brandsteeg, dat weet op te klimmen tot het hoogste ambt van de Katholieke Kerk, afkomstig uit een voornaam geslacht, de familie D’Edel (in de 14de eeuw leveranciers van burgemeesters, zelfs raden van de Hertog van Bourgondië en de Graaf van Holland). Edoch de tak waartoe hij behoort, raakt in de loop van de 15de eeuw verarmd. Verarmd of niet nazaat van een vooraanstaande familie is hij.
Niet uitgesloten is dat in de 13de eeuw de adellijke familie die eigenaar is geweest van de voorloper van De Drie Schabellen, d.w.z. Brandaa, getooid is met de naam D’Edel. Maar daarvoor heb ik geen enkel bewijs gevonden. In mijn boek wijs ik eerder in de richting van de familie Van der Aa. Hoe dan ook, op het grondgebied van De Drie Schabellen, voor de duidelijkheid op dat deel dat na de ingang van de oude traptoren is gesitueerd, zijn de stallen of de schuurtjes op een gegeven moment verbouwd tot ‘cameren’. En in een van die ‘cameren’ die het verst verwijderd is van de Oudegracht is Paus Adriaan geboren. Dit betekent dat optie E de meest serieuze kandidaat is. Maar ik heb ook nog optie F naar voren gebracht, de mogelijkheid dat er een huisje tegen de achtergevel van De Drie Schabellen is aangebouwd. Wat is dan het verschil? Nagenoeg niet voor de geboorteplek, wel voor het geboortehuis, dat zou dan niet evenwijdig aan maar haaks op de Brandsteeg gesitueerd moeten worden.

Oh hoe wreed kan het lot der geschiedenis zijn, het geboortehuis van Paus Adriaan is van de aardbodem verdwenen, op die voor katholieken heilige plek is een aantal fietsenbergingen verrezen dat tot het appartementencomplex behoort van woningbouwcorporatie Mitros. Een mijn inziens afdoend bewijs dat het proces van secularisering in Nederland is voltooid. Om het prozaïsch uit te drukken: Een sacrale plek uit de middeleeuwen heeft plaats moeten maken voor een 21ste-eeuws profaan verschijnsel: de fietsenstalling.


1. 'Dit huis met erve ten zuiden moet zeer uitgestrekt zijn geweest, het komt tegen het midden van de 15de eeuw voor als ene "huisinge en hofstede" (huis met erf) met welke huizen en erven ook de grote huizen in de benedenstad, Landskroon, Oudaen en Fresenburg werden aangeduid… dit aanzienlijke huis liep tot aan de Springweg….' (uit Iets over het huis Brandaa door J. Scheltema in N. van der Monde, Tijdschrift voor geschiedenis, oudheden en statistiek van Utrecht, 1835).
In de 15de eeuw strekte het grondgebied van De Drie Schabellen zich van de gracht tot aan de Springweg uit. Aan de Springwegkant was het perceel via een poortgebouw bereikbaar. Op het terrein bevonden zich 'cameren', een hofstede en een in de 16de eeuw gerealiseerd groot achterhuis, huis De Lange Gang. Voor de verbouwing in 1448 heette De Drie Schabellen huis Brandaa.

Dit is een verkorte versie van een hoofdstuk van een bij Het fatale verlangen verschenen uitgave van Van Brandaa tot De Drie Schabellen; een stadskasteel in middeleeuws Utrecht.
De uitgave is te bestellen via Chaosmaatschappij of via email van de auteur renesanders@ziggo.nl

© 2010 www.chaosmaatschappij.nl