De chaos compleet

Woord vooraf

‘Het gaat er niet om te ontdekken wie we zijn, maar om te weigeren wat we zijn’, M. Foucault

Een oververhit consumptiepaleis met een dalende omzet

Het enige belangwekkende vraagstuk van deze tijd is het formuleren van een vrije ongebonden kritiek. De economische, politieke en culturele dictaten met hun vergaande morele gevolgen zullen ter discussie moeten worden gesteld. De totale beheersing van het leven, de absolute controle van de massa die alleen kan overleven door dwangmatig en continu te werken, te consumeren, te recreëren en te speculeren is voor het globale kapitalisme een onverbiddelijke noodzaak. Overal wordt men geconfronteerd met verplichte stompzinnigheden als sportwedstrijden, spectaculaire televisieprogramma's, geënsceneerde oproeren en bloedeloze filosofische bespiegelingen. Alleen al wat dit betreft moeten wij de immorele toestand die ons wordt opgelegd, deze ondraaglijke staat van ellende, aan de kaak stellen.
Na de voorbije jaren van een volstrekte afwezigheid in de gewone zin van het woord van een vrije en ongebonden kritiek, is nu de tijd rijp de huidige maatschappelijke situatie, die getypeerd kan worden als een kapitalistisch systeem dat zich in een permanente staat van crisis bevindt, diepgaand te bekritiseren.
Als deze situatie niet openlijk aan de orde wordt gesteld, voordat het huidige economische systeem implodeert, is elke verandering een lachertje. Een nieuwe kritiek die de bestaansdoeleinden van de oude overneemt en tekortschiet in het ontdekken en introduceren van een nieuwe, is gedoemd te mislukken.
Slechts één project is momenteel het overwegen waard en dat is het uitwerken van een nieuwe kritiek.
De avonturier is iemand die avonturen begint, niet iemand die door avonturen wordt overvallen.
Het vervaardigen van een vrije ongebonden kritiek zal de onophoudelijke verwezenlijking van een bewust gekozen activiteit zijn. Dat je van het ene conflict naar het andere gesleept wordt met de kans dat je in een situatie belandt waaraan filosofen in het verleden binnen een aantal jaren doodgingen of gek werden, moet voor lief worden genomen; de geschiedenis heeft aangetoond dat zij geleefd hebben.
Wij zullen de soevereine aantrekkingskracht van de woede moeten herontdekken, door die net als een handvol filosofen in het verleden een rol te laten spelen in de kritische reflectie op het huidige systeem ten einde het in slaap gesukkelde oude continent Europa met nieuwe ideeën wakker te schudden.
Het met tranen beladen stilzwijgen moet verbroken worden en de ingehouden woede tot leven gewekt.

Ongepubliceerde aantekeningen (uit het ondergrondse), januari 2004. Deze aantekeningen hielden een belofte in om ‘ooit’ een kritiek te schrijven die bevrijd was van alle ‘historische culturele en ideologische’ ballast.

Inleiding

‘De filosofie dient een voorbereiding te zijn op de onvermijdelijke crises van het leven’ Antisthenes

Wordt het niet hoog tijd om met de misantropische en reactionaire systemen van zowel links als rechts te breken. Over de gehele aardbol hebben conservatieve en pragmatische mensbeelden zich genesteld in de hoofden van mensen. Overal zijn zij geaccepteerd en overheersend geworden. Feitelijk zou de kritische rede, om tot nieuwe inzichten te komen, zich moeten richten op de toekomst. Maar op de toekomst heeft het denken geen vat. Uit teleurstelling en misschien ook wel vanwege een gebrek aan kritisch vermogen heeft een niet gering aantal door de metafysica besmette filosofen zich overgegeven aan ressentimenten. De werkelijkheid is door hen ongeneeslijk ziek verklaard. En met deze constatering valt niet veel garen te spinnen.
Sinds lange tijd hebben andere heelmeesters, niet die van de filosofische soort, hun bevoorrechte plek in de media ingenomen. Zij drukken zich uit in termen van crises, rampen, stormen, bakzeil halen, slagzij maken, averij oplopen. De gehele scheepvaartencyclopedie wordt overhoop gehaald om de stand van de huidige economie te beschrijven die kortweg gezegd een zinkend schip is. Maar er blijken altijd mensen te zijn die tegen de stroom in roeien. Voor hen is er de afgelopen jaren zoveel gebeurd dat er eindelijk weer een nieuw hoofdstuk geschreven kan worden in het grote boek van de menselijke samenleving.

De traditionele sociaaldemocratie is ideëel gezien al lang geleden ‘knock-out’ geslagen, in sociaal, ethisch en politiek opzicht heeft zij geen enkel nieuw idee geformuleerd. Eerder is zij in achterwaartse richting gegaan, en wel zover dat zij in de loop van de jaren negentig in rechts populistisch vaarwater terecht is gekomen. Zij heeft zich teruggetrokken in het bastion van de verdediging waar het begrip respect zo ongeveer haar laatste vondst was. Zij heeft geen enkel antwoord gegeven op de crises die zich op meerdere terreinen gemanifesteerd hebben. Wat zij gedaan heeft, en dat is ook het enige positieve wat erover deze beweging gezegd kan worden, met een beetje goede wil kan dat als haar laatste revolutionaire daad worden beschouwd, is dat zij de crisis van de het kapitalisme bespoedigd heeft door ruim baan te geven aan de neoliberale sneltrein. De ketels van de financiële locomotief werden onder haar heerschappij in de West-Europese landen midden jaren negentig zo hoog opgestookt dat die in 2007 dwars door de kapitale barrière heen vloog.
Ook het begrip ‘multitude’, waarmee de laatst overgebleven nostalgisch ingestelde communisten: de Negri’s, Hardts en Zizeks op de proppen kwamen – bij hen een creatieve veelheid die als hefboom zou dienen om het bestaande kapitalisme omver te werpen – blijkt een hulpeloos begrip te zijn. Zij hebben totaal niet begrepen dat het object van hun zoektocht niet in de periferie van de maatschappij, maar in het eroderend financiële centrum te vinden is. En daar is het tegenwoordig dan ook te vinden, daar ontwikkelt zich een nieuwe vorm van verzet.
Ook hebben zij niet begrepen dat het nieuwe revolutionaire subject alleen uit de tegenstelling binnen de onderdrukte, vernederde en de diep beledigde massa te voorschijn zal komen. Pas uit het zo ontstane conflict zal het zich tot een ‘bestaande’ realiteit kunnen ontwikkelen. Alle kritiek op de globalisering bezit een regressief en reactionair element. Je zou van een soort onvermijdelijke kinderziekte van de kritiek kunnen spreken. In een bepaald opzicht wijst het op een onvermijdelijke reactie op een onvermijdelijke irritatie. Dat is het positieve daaraan, je kunt ten slotte alleen in het heden, niet in het verleden leven.
Maar de werkelijkheid is een andere. Op de keper beschouwd leven we sinds de 19e eeuw met een vreemdsoortige neomatriarchale religieuze cultus waarin de aloude godin van de vruchtbaarheid vervangen is door de godin van de beursen, het kapitaal, het geld, de winst en het spektakel. Dat is de ideologische en reactionaire kant van de medaille. De andere, harde kant laat een kapitalistisch systeem zien met een Januskop dat naar buiten toe hardhandig optreedt en naar binnen de burger verwent met consumptieve lekkernijen. In de kapitalistische ‘genotskathedraal’ met zijn weelderige consumptiepaleizen en spetterende reclame-industrie, wordt de thermostaat hoog ingesteld. De westerse mens is in deze wonderlijke en illusionaire wereld getransformeerd in een naar consumptie snakkend wezen. Intussen is, vanwege die hoge atmosferische consumptiedruk, zijn kritische bewustzijn en zijn natuurlijke neiging tot opstand verdampt. En in dat gat is het kapitaal en zijn trawanten maar al te graag gesprongen. Van de aarde heeft men een kunstmatige zon proberen te maken, en van de beurs een grote financiële flipperkast. Men heeft de wereld omgetoverd in een broeikas van overconsumptie en een monetaire gokhal.

Wij leven in een tijd waar frivoliteit troef is. We leven in een tijd van het ongebreidelde hedonisme. We leven in een vermaakmaatschappij. Bovenstaande roept de vraag op of we het systeem waarin we leven nog als zuiver kapitalistisch kunnen duiden of dat we in een orde der dingen leven, in een door massamedia geanimeerde, op eigendomsverhoudingen gefundeerde staat die een pseudosociaal gezicht heeft. Officieel wordt dat door de media en partijpolitici de neoliberale markteconomie genoemd.

Toen het project socialisme mislukt was, is er een antisocialisme, ook wel neoliberalisme genoemd, voor in de plaats gekomen. Dat antisocialisme ging gepaard aan een asocialisme waarbij sociologisch en filosofisch gezien het individualisme als uithangbord diende. Dat heeft de nodige gevolgen gehad. Sinds de laatste 19de eeuwse ideologische bolwerken (op die paar exotische curiosa na) geslecht zijn, zijn er op deze wereld meer dan 10 miljoen multimiljonairs en meer dan 1000 miljardairs bij gekomen. En dat staat weer in schril contrast met 50% van de wereldbevolking dat een nulinkomen heeft of een zeer laag inkomen. En als we Michael Moore mogen geloven dan is de situatie in de Verenigde Staten niet veel beter. In het land dat zich graag mag presenteren als voorhoede van de kapitalistische experimenten beschikken 400 Amerikanen over meer rijkdom dan de meer 150 miljoen Amerikanen bij elkaar.<1>
Er is aan de bovenkant van de samenleving een nieuwe feodale ‘kaste’ ontstaan, een elitaire stand die over nieuwe machtsmiddelen beschikt en die globaal gezien het financiële apparaat alle richtingen uitstuurt. Net als de oude feodale stand beschikt en heerst zij over het kapitaal én de mensen, maar dan uiteraard in een veelvoud daarvan.

Op maatschappelijk en economisch gebied is het socialisme dood verklaard, maar op het gebied van de communicatievormen is een bepaalde vorm van socialisme gerealiseerd. Is dat dan de langverwachte gerealiseerde utopie? Nee, niet echt! Zo op het oog lijkt het of sinds meer dan dertig jaar een wereldwijd communicatienetwerk de afstand tussen de mensen geslecht heeft, maar in feite is de vervreemding tussen de mensen onderling alleen maar toegenomen, ondanks de illusie die ontstaan is door interactieve middelen zoals hyves, facebook, twitter e.d. In het huidige communicatiesysteem bestaat de echte uitwisseling van informatie niet meer: zij vindt in ieder geval nauwelijks nog direct tussen mensen plaats, zij verloopt altijd via de organen van het spektakel of via technische communicatiemiddelen. De uitwisseling van informatie is als het ware verzelfstandigd, is los van de mensen komen te staan. Zij wordt ingepast in een bemiddeld systeem dat uitsluitend de onmiddellijke uitwisseling en consumptie van informatie tot doel heeft. Al het utopisch potentieel dat nog voorhanden is, is door de communicatie-industrie geannexeerd en opgebruikt. De afgelopen jaren heeft de moderne massacultuur het exclusieve recht verworven de binnenwereld te veruiterlijken. Er is een mediale beeldenwereld geschapen waarin het individu zijn droomwereld, zijn droombewustzijn, zijn mythologisch bewustzijn ontnomen is.

De omvorming van de wereld in een groot trainingskamp is sinds Plato’s Politeia aan de gang. In het Morgenland is die ontwikkeling zelfs al van oudere datum. De expansieve wereldreligies, hindoeïsme, boeddhisme, islam, christendom waren onmiskenbaar de doctrines van de negatie van de wereld en het leven. Pas na de renaissance, en eigenlijk pas vanaf de 18e eeuw heeft men dat negatieve in een meer positief beeld proberen te vertalen. Toen ontstonden er ideologieën op een meer humanistische grondslag die vaak het gewelddadige karakter van de oude meenamen. Vooral de in Trier geboren links-hegeliaanse filosoof legde een belangrijke basis voor een van de meest invloedrijke ideologieën van de 19de en 20ste eeuw.
Maar ook de werken van Marx waren het onvermijdelijke lot beschoren veroordeeld te worden tot het domein van de geschiedenis namelijk dat van de strijd tussen de interpretaties van de interpretatoren. In wezen kan ook het marxisme gerekend worden tot de wereld van de militante monotheïstische ideologieën waarvoor het christendom de basis heeft gelegd.<2> Zo teert het christendom, met zijn geschiedenis van tweeduizend jaar en met zijn ongeëvenaarde op macht beluste wil om te gehoorzamen en te dienen, op een paar rolletjes perkament die later samengebundeld in de volksmond het Nieuwe Testament wordt genoemd. Hierin staat de zware opdracht waarmee de verlosser werd opgezadeld, ‘Meent niet, dat ik gekomen ben om vrede te brengen op de aarde; Ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar ik kom met het zwaard. Want ik ben gekomen om tweedracht te zaaien tussen een man en zijn vader en tussen een dochter en haar moeder en tussen een schoondochter en haar schoonmoeder; en de huisgenoten zullen zijn vijanden zijn.’<3>

Het Nieuwe Testament is het meest sprekende voorbeeld van de wereldgeschiedenismakende macht van het interpreteren van een tekst. In deze geschiedenis past ook het werk van Marx. Als een van de laatste vaderfiguren van de waarheid heeft Marx onder zijn zonen het geloof gezaaid dat ook het verzet tegen de vader, van de vader van de dialectiek afkomstig is. De marxistische kerk wilde als een drie-eenheid van vader, zoon en kritiek wereldgeschiedenis maken. Maar de zoon pleegde een broederlijke vadermoord en de werkelijke kritiek werd daarmee om zeep gebracht, zo leert ons de geschiedenis van het marxistisch denken.
De marxistische kerk wilde maar niet geloven dat Marx een direct licht werpt op de toestand waarin de geavanceerde geld- en mediamaatschappij zich bevindt. Ook vandaag de dag blijft Marx op een onheilspellende wijze actueel. ‘De levende dode die als geldwaarde onder de mensen rondwaart en die als lachende communicator tijd en zielen rooft van de levenden’, heerst tegenwoordig zonder valse voorwendselen over de geavanceerde samenlevingen.<4> Arbeid, communicatie, kunst en liefde lopen allemaal voorop in de met veel pracht en praal aangeklede slotparade van het geld. Zij vormen ten slotte de onontbeerlijke substantie van de actuele media- en belevingsmachine.

Leven we in ‘een maatschappij van gekochte kopers en geprostitueerde “prostituees” die zich schikken in de globale machtsverhoudingen’, zoals Sloterdijk stelt in zijn Filosofische Temperamenten.<5>Of kunnen we juist een nieuwe weg inslaan om het verzet te beschrijven ten einde meer handen en voeten te geven aan Sloterdijks met veel barokke versierselen omklede aan Rilke ontleende pleidooi:Du mußt dein Leben ändern.<6> En dat veronderstelt dan wel een eigenzinnige ‘Du’, een met een scherp en kritisch bewustzijn.

Maar deze kritische mens bevindt zich voorlopig nog in een ‘Nebelstadium’ (Walter Benjamin). Het zou de hedendaagse variant van de mysterieuze figuren kunnen zijn,de gandharwa, die in de Indische sagen een belangrijke rol spelen. Zij zijn voor de ene helft ‘hemelse’ genieën en voor de andere helft wezens met een duivels karakter. Geen van deze figuren heeft een vaste plek, zij beschikken zelfs niet over een vaste schaduw. Ook is het niet iemand die inwisselbaar is met een vriend of vijand.
Intelligent en begaafd als geen ander, zijn zij altijd bezig met nieuwe ideeën, met nieuwe plannen en wilde fantasieën. Hoewel ze daartoe wel in staat zijn, brengen zij die plannen nooit ten uitvoer. Maar zij beschikken wel over een onverzettelijke houding, een onbemiddelde gratie, een mathematische scherpte in hun oordeel en smaak, zij bezitten een luchtige buigzaamheid in hun woordgebruik, zij behoren feitelijk tot een complementaire wereld, zij refereren aan een verloren gegane kritische houding en een onverzoenlijke wijze van andersdenken. Hun motto is: wij hebben met deze wereld niets te maken, dat is ‘de ware kracht en bron’ om scherp te kunnen oordelen.

En we zouden het ook in andere termen kunnen zeggen meer in de geest van Foucault: het subject is niet ‘iets’ dat ernaar streeft om op te gaan in de substantiële werkelijkheid, integendeel het is iets dat uit de confrontatie en strijd met de krachten die hem op het spel zetten, juist zelf het spel op de wagen zet.

En het spel op de wagen zetten doe ik door 100 stellingen te formuleren die een beeld geven van de chaotische tijd waarin wij leven. De honderd diatriben die de ene keer serieus, de andere keer cynisch getoonzet zijn, doorkruisen de wankele en kantelende wereld van het kapitaal, van het door media beheerste moment, van de in moordend tempo verschuivende macht en orde, en van de snel aan betekenisverliezende filosofie en kritiek. Zij geven de ‘laatste’ stand weer van voorvallen en gebeurtenissen die zich op alle niveaus op genoemde terreinen voltrekken en die blijken bij nader inzicht en nauwkeurige observatie uit de aard ervan al chaotisch te zijn. Aangezien het nu toch al weer een aantal decennia geleden is dat de ideologie is afgeschaft, resteert enkel het wapen van de cynische kritiek, van wat de oude Grieken als parrhèsia omschreven. De losse en soms haastig geformuleerde stellingen, de ontwikkelingen in de dagelijkse chaotische realiteit verlopen dusdanig snel dat sommige op schrift gesteld diatriben door de tijd al zijn ingehaald, monden uit in een min of meer vaste vorm van kritiek die in de slotbeschouwing terug te vinden is. Het moge duidelijk zijn: de huidige chaosmaatschappij kan alleen met een ontregelende kritiek bestreden worden.

Utrecht, december 2011

1. Michael Moore (6-3-2011), The Smug Wealthy Have Gone Too Far -- And We're Finally Fighting Back .
2. R. Sanders (2010), De Chaosmaatschappij
3. Mattheüs 10,34-38
4. G. Debord (1967), La société du spectacle, Parijs
5. P. Sloterdijk (2010), Filosofische temperamenten, Amsterdam
6. P. Sloterdijk (2009), Du mußt dein Leben ändern, Frankfurt am Main

© 2010 www.chaosmaatschappij.nl