Rizoom

Een inleiding

Voorwoord bij de nieuwe uitgave

Soms worden er in een bepaald tijdvak boeken geschreven die in een ander tijdvak als vreemd en onbegrijpelijk worden beschouwd. Zoín boek is Rizoom van de auteurs G. Deleuze en F. Guattari. Bedoeld als inleiding op hun hoofdwerk Mille Plateaux is het in feite hun theoretisch handvest. Hun roep om anders, niet-hiŽrarchisch, onsystematisch, meer nomadisch te denken klinkt nu voor velen als een echo uit de moderne tijd en is derhalve bijgezet in het archief van het instituut voor het moderne archeologische denken.

Waar is het plezier in het denken, de lust om te denken, om vrij te denken gebleven, vraag je je bij het herlezen af. Waar is het avontuur in het denken gebleven. Een denken dat niet gericht is op de dingen zelf, maar op de dingen ernaast, op het andere, een denken dat wisselende patronen trekt, dat buitensporig is, dat nomadisch van aard is.

Het avontuurlijk denken is dood. Al het denken is geologisch, bestaat uit een hiŽrarchie van lagen. Bij systematisch onderzoek kunnen de lagen ťťn voor ťťn blootgelegd worden om vervolgens gerangschikt en geordend te worden als het denken dat dateert uit de moderne tijd, de middeleeuwen, de prehistorie. Soms worden fragmenten gevonden die niet geplaatst kunnen worden en die vervolgens weggegooid worden op de mestvaalt van het onbegrepene.
Wij leven in een gesloten wereld waarin de referentiepunten steeds weer naar het herkenbare verwijzen. Soms bieden beweeglijke invalshoeken, afwijkende inzichten ons vluchtig een blik op de mogelijk originele opvattingen over de werkelijkheid, maar ze blijven sporadisch. We zouden meer moeten zoeken op vergeten plekken, in vergeten teksten om nieuwe beelden te vinden die nog over een onvoorspelbaar vermogen beschikken. In onze geest blijven oude vastgeroeste denkbeelden rondspoken. De verschillende pogingen creativiteit in het denken in te passen blijven ontoereikend. Zelfs het abstracte heeft het denken vastgezet. Ook het beeldende denken bevindt zich in zijn zuivere vorm, zonder verhaal en daarmee zonder leven, in een bevroren toestand. Het land van de verrassing raakt verder en verder verwijderd. Iedereen is gevangen in het spektakel, iedereen is in de greep van de voorspelbare geŽnsceneerde actualiteit.

We kunnen onmogelijk verder gaan met het mechanische voorgeprogrammeerde denken en de starre analyse die enkel leiden tot afgestompte, vervelende, zichzelf repeterende commentaren en die resulteren in een oppervlakkige reflectie op de realiteit. De globale mens heeft afstand genomen van zijn dromen omdat hij denkt dat de droom zijn vertrekpunt heeft in de werkelijkheid, meer nog zich daarin al heeft verwerkelijkt. De laatste stand van technische rationaliteit maakt het mogelijk dat er een permanent contact is tussen individu en realiteit, waarbij alle kanten worden belicht van de dagelijkse realiteit, ook de banale. In wezen waren denken en taal de geŽigende middelen om de actualiteit te articuleren, de realiteit te moduleren en de creativiteit te stimuleren. Daarbij gaat het, en dat spreekt voor zich, niet om een geŽnsceneerde articulatie en modulatie, om een uiting van creativiteit uit het verleden, maar om een modulatie die onvoorspelbaar is die in het teken staat van de spontane keten van creaties en verlangens en de verwezenlijking ervan.
Het nomadische denken is een middel tot verandering van de huidige opvattingen en de ontwikkeling van nieuwe concepten. Het is een middel tot een meer voelend en creatief kennen, dat beantwoordt aan diverse gemoedstoestanden, dat zelfs nieuwe gemoedsstemmingen creŽert.

Een geestesziekte heeft zich meester gemaakt van deze wereld: de banaliteit. Iedereen is gehypnotiseerd door de dagelijkse productie van het spektakel en de zelfgenoegzaamheid die het voorbrengt in politiek, oorlog, terrorisme en globale economie. Deze feitelijke toestand, geboren uit een gebrek aan creativiteit, schiet haar doel Ė het zelf vormen van mensen Ė voorbij. Bijna overal heeft men kunnen kiezen tussen het geven van een vrije invulling aan het leven en de geŽnsceneerde invulling en overal is de keuze gevallen op de geŽnsceneerde. Er is een volledige geestelijke omwenteling nodig om de vergeten inzichten in het volle licht te plaatsen en geheel nieuwe te scheppen. De behoefte om nieuwe, niet gevestigde concepten te ontwikkelen zal tot een basisverlangen moeten worden. Deze behoefte tot creativiteit is altijd al nauw verbonden geweest met de behoefte om met het denken te spelen. De opmerkelijkste voorlopers zijn Deleuze en Guattari geweest.

Het is bekend dat het denken soms ontregeld raakt. Door een correctie in ruimte en tijd wordt de realiteit weer waarneembaar. In de werken van Nietzsche wordt bewust de lege ruimte gecreŽerd om die weer door andere concepten in te vullen, herhaling en imitatie zijn dodelijk. Het nieuwe denken over ruimte en tijd is niet af en zal nooit af zijn. Het zal dat pas zijn als ermee geŽxperimenteerd wordt, d.w.z als het vertaald wordt in experimenten in andere gedragsvormen, denkwijzen. Op een of andere wijze zal het verbonden moeten worden met de verbannen dromen, bizarre gebeurtenissen in verleden, heden en toekomst. Ook kunnen een kunstzinnige uitbreiding van oude mythen en vooral een gepaste ontregeling van het denken bruikbare middelen zijn.

Het denken kan gezien worden als een rizoom met verschillenden vertakkingen, knopen, verbindingen, openingen, verborgen plekken etc. Op deze wijze opgevat zal het een barokke fase inluiden om tot nieuwe inzichten te komen. Is deze fase niet al achterhaald? We kunnen immers met allerlei psychofarmaca een volkomen vreemde situatie scheppen, een nieuwe realiteit creŽren, door aan een aantal lijnen vast te houden, enkele te verplaatsen, door openingen in het denksysteem aan te brengen, door de topografische situatie van de objecten te veranderen. Maar bij gebruik van dergelijke middelen komt het denken niet overeen met de diverse gemoedsstemmingen waardoor je toevallig getroffen wordt. En die emoties en gewaarwordingen doe je enkel op in de werkelijkheid en niet in een kunstmatig gecreŽerde werkelijkheid.

Iedere computer zou toegerust moeten worden met schelle fluitjes, alarmbellen, onregelmatig repeterende sirenes die afgaan wanneer men voorspelbare teksten produceert. Beeldschermen zouden moeten opflikkeren en waarschuwingstekens moeten uitzenden, toetsenborden zouden opzettelijk verkeerde letters moeten typen. Zoals algemeen bekend veroorzaakt de verzadiging van de markt door een product een daling van de omzet van dit product. Om deze economische wet het hoofd te bieden zouden permanent nieuwe inzichten moeten worden ontwikkeld waaraan men weer plezier beleefd. De belangrijkste activiteit zal het continu veranderen, het trekken van nomadische patronen in het denken zijn. Door steeds te veranderen ontstaat een gevoel van totale vervreemding. Op dat moment, als de analyses verslapt zijn, zal het denken los komen te staan van het domein van de directe ervaring en zal het alleen maar voorstellingen produceren.

Economische bedenkingen houden al bij eerste oogopslag geen stand meer. We weten dat naarmate het denken zich laat leiden door het vrije spel van de creativiteit, zij des te meer invloed uitoefent op het menselijke gedrag en dat de aantrekkingskracht ervan des te groter wordt. Er is een nieuwe fase aangebroken.

Renť Sanders, oktober 2002

Nieuw voorwoord bij Kelderuitgeverij verschenen vertaling van Rizoom

© 2010 www.chaosmaatschappij.nl