De
gebroken waarheid
Wij zijn vergeten wat
het niets is
A. De grote filosofie is dood, de kleine filosofie overleeft
B. Waar zijn de barbaren? Bestaat het vrije denken nog?
C. De wachtkamer van overtolligen raakt overbezet!
A. De grote filosofie is
dood, de kleine filosofie overleeft
Als we in de geest van Foucault zouden treden, dan
zouden we zijn schrappen van het subject uit de geschiedenis, als volgt kunnen
verklaren: het subject is niet ‘iets’ dat ernaar streeft om op te gaan in de
substantiële werkelijkheid, integendeel het is het 'iets' dat uit confrontatie en
strijd met de krachten die hem op het spel zetten, juist dát spel op de
wagen zet.
En het spel op de wagen zetten doe
ik door een beeld te geven van de chaotische tijd waarin wij leven. Veel
hoofdstukken in dit boek doorkruisen de wankele en kantelende wereld van het
kapitaal, van het door media beheerste moment, van de in moordend tempo
verschuivende macht en orde, en van de snel aan betekenis-verliezende filosofie
en kritiek. Zij geven de ‘laatste’ stand weer van voorvallen en gebeurtenissen
die zich op alle niveaus op genoemde terreinen voltrekken en die bij nader
inzien uit de aard ervan al chaotisch blijken te zijn.
Aangezien het nu toch al weer een
aantal decennia geleden is dat de ideologie is afgeschaft - de stem van de
ideologiekritiek lijkt definitief tot zwijgen te zijn gebracht - resteert enkel
het wapen van de kritiek, wat dicht in de buurt komt van de parrhêsia,
het vrijmoedig spreken, van de oude Grieken.
Na het lezen van dit onderhavige
boekwerk, kan, dat moge duidelijk zijn, de huidige chaosmaatschappij alleen nog
met een ontregelende kritiek die verbonden is met het vrije denken, bestreden
worden. En dat is een lastige opgave. Want we leven in een tijdvak waarin een
ongelukkig en afgestompt bewustzijn dat beheerst en gestuurd wordt door de
media de boventoon voert.(1)
Dit is een vaststelling die
moeilijk te weerleggen is: er staan uiteindelijk weinig kritische geesten aan
de poorten te rammelen van de huidige maatschappij. Ook in deze turbulente
tijden kunnen de verdedigers van de macht, en dat zijn er tegenwoordig nogal
wat, in alle rust gaan slapen. Allerhande middelen om hun macht te bestendigen
staan hun ter beschikking waarvan de media er slechts een is.
We zijn in een angstaanjagend tijdperk beland. In de hedendaagse posttruth-wereld zijn leiders nep, zijn naties nep, zijn de
media nep. We weten niet meer wat waar, onwaar, wat werkelijk, onwerkelijk,
surreëel of virtueel is. De vraag is actueel: Hoe te leven in deze chaotische
wereld als alle kritische verhalen zijn doodverklaard en er geen nieuwe
verhalen worden gemaakt. Honderdvijftig jaar geleden zei Marx dat eens de sociaaleconomische structuren
zullen verdampen. In dit tijdvak leven we in een wereld waar over niet al te lange tijd de
(menselijke) fysieke en cognitieve structuren zullen verdampen, of zullen
worden ‘opgelost’, zoals dat heet, in zogenaamde data-bits.
B. Waar zijn de
barbaren? Bestaat het vrije denken nog
De ethos van de individuele geldingsdrang die gedreven wordt door rancuneuze
imitatie verspreidt zich als een olievlek over de wereld. Deze tendens heeft
geleid tot ontwrichting, maatschappelijke verdeeldheid en politieke onrust.
We leven in het postwaarheid-tijdperk, de waarheid van de feiten zijn niet meer
doorslaggevend voor de vorming van meningen of het doorvoeren van besluiten. We
zijn door de feiten ingehaald, we leven tegenwoordig op basis van
geïmproviseerde feiten die op meningen en onwaarheid zijn gebaseerd, we leven
in de wereld van een grootscheepse meningenindustrie.
Meningen zijn namelijk een goedkoop en eenvoudig te gebruiken product voor een
bevreesde elite die zich realiseert dat zij de waarheid niet meer in pacht
heeft. En dat is allemaal geboren uit een angstgevoel dat zij de enorme vloed
van gebeurtenissen niet meer onder controle heeft. Waarheid blijkt een
vloeibaar begrip te zijn.
De populistische uitingen in de sociale media en de demagogische retoriek in de
politiek zijn een uiting van wat Nietzsche ressentiment noemt: ‘een groot
bevend aardrijk van onderaardse wraakzucht, onuitputtelijk, onverzadigbaar in
hun uitbarstingen’.
In deze tijd zijn de individuen door het kapitalisme en de technologie
bijeengedreven in een wereld die tot op het bot verdeeld is en waarin een
onvoorstelbare ongelijkheid bestaat van welvaart en macht, een ongelijkheid die
tot een geheel nieuwe sociale stratificatie heeft geleid, wat Hannah Arendt negatieve solidariteit noemt.
Ressentiment, existentiële verbolgenheid over anderen, en dat gevoed door
afgunst, vernedering en machteloosheid, heeft geleid tot despotisme,
autoritaire verhoudingen en kwalijke uitingen van chauvinisme en nationalisme.
Al deze rechtse en populistische
aantijgingen waren in wezen gericht tegen de ‘oergedachten’
van de Verlichting, zoals rationalisme, humanisme, universalisme en liberale
democratie. Die strijd hebben zij gewonnen. Nu God dood is, dachten ze aan het
eind van de 19de eeuw, heeft de mens voortaan dé mogelijkheid in handen
gekregen zijn eigen waarden te scheppen. Maar dat heeft hij nagelaten. De enige
waarde die nog van kracht is, is de economische waarde, God is Geld geworden. En
die nalatigheid heeft geleid tot een nihilisme, dat uitdrukking is van het alom
aanwezige niets, dat getekend is door een ondergangsstemming in een samenleving
die op zich chaotisch is.
‘Op deze aarde huppelt de laatste mens die alles klein maakt, de middelmaat is
daar troef, iedereen wil hetzelfde, iedereen is gelijk’ (Nietzsche). En wat was
ook al weer de oplossing voor deze ‘onhoudbare toestand’ die Nietzsche ons
aanreikte? Hij toverde de oppermens uit zijn hoge hoed. Er zouden ‘nobele
geesten’ in deze nihilistische wereld moeten opstaan, die duidelijk van zich
zouden moeten laten horen. Maar die laten zich tegenwoordig niet meer horen,
sterker nog: die zullen er gewoonweg niet meer komen.
Door de eeuwen heen is het niets
een ‘afschrikwekkend voorbeeld’ geweest voor de praktisch ingestelde vrije
geest die, zo wijst de geschiedenis uit, altijd maar weer aan banden wordt
gelegd. En dat heeft, en dat is een understatement, grote gevolgen gehad.
Onze wereld waar de ideologie van het socialisme, liberalisme, de democratie en
de natievorming tientallen jaren geleden de slag heeft verloren, heeft
plaatsgemaakt voor levende politieke actoren die her en der op het wereldtoneel
voor gewelddadige taferelen zorgen.(2) De gevolgen van dergelijke acties kunt u
dagelijks in de krant lezen of op de laptop of het beeldscherm live
aanschouwen.
De samenleving, in de zin van
gemeenschap, is in het tijdperk van globalisering door een gebrek aan autonomie
en interne samenhang ten onder gegaan. De referentiepunten waarop mens en
gemeenschap zich konden oriënteren, de (soevereine) natiestaat, de moderne
rechtsstaat, de burgermaatschappij en andere beloftes uit de tijd van de
Verlichting, zijn verdwenen en alleen nog in hoofden van rechtse extremisten en
populisten te vinden.
De grote droom van politieke
verandering blijkt onhaalbaar te zijn, de lokroep van een actief verzet zou als
vanzelfsprekend des te aantrekkelijker moeten zijn. Maar dat geluid verstomt
onmiddellijk als het ergens opklinkt. Sommigen zullen de stap naar een minimale
verandering nog zetten, de meesten zullen, als ze realistisch zijn, berusten in
een voor hen behaaglijke passiviteit.
C. De wachtkamer van overtolligen raakt overbezet
De maatschappelijke chaos, de economische crises, de terugkerende pandemieën
versterken het wantrouwen in de democratie. De geschiedenis lijkt zichzelf in
de staart te hebben gebeten. Ik blijf als een Demosthenes
tegen de wind in schreeuwen dat vrijheid niet terug te vinden is in de
spiegelwereld van WhatsApp, Facebook, TikTok,
Twitter, Instagram, Meta en al die andere sociale media uit de digitale wereld.
Wat in ieder geval duidelijk is, is
dat: in plaats van dat mensen de geschiedenis veranderen, de geschiedenis de
mens verandert. Ooit, in de 19de eeuw, zei Stirner
dat het individu nooit zal accepteren zichzelf louter als onderdeel van een
‘verrotte’ samenleving te zien, hij is meer, riep hij vertwijfeld uit, en hij
wil meer zijn. Maar in plaats van een streven naar vrijheid vindt er een
exponentiële toename van groepshaat plaats tegenover minderheden, er heerst een
ware epidemie van het aanwijzen van een zondebok (René Girard)
of van de uitgestotene, de Homo Sacer van Agamben.
Altijd al zijn in tijden van crises zondebokken en zwarte schapen de gebeten
honden. In het algemeen bestaat er een angstig gevoel van een naderend onheil
dat door media, politici en egoïstische zakenlieden verder wordt aangewakkerd.
Intussen neemt de ongelijkheid toe en blijkt er geen politieke oplossing
voorhanden te zijn.
Vanuit rechtse hoek richt de woede
zich op de ‘kosmopolitische’ ontwortelde culturele elite, die tot
cultuurmarxisten zijn gepromoveerd. Vanuit een geheel andere meer kritische
hoek moet ik constateren dat niet alleen de toestand van de negatieve
solidariteit (Arendt) ondraaglijk is geworden, maar
ook het gemis aan een fundamentele kritiek. Waar is het vrije denken gebleven?
Het antwoord is spoorloos.
Tegenwoordig bestaat de wereld uit
een zelfvoldane elite die de vruchten plukt van het postmoderne kapitalisme,
zij heeft lak aan waarden en normen. Zij kijkt meewarig neer op de ontwortelde
massa, zij heeft de massa murw geslagen door haar te injecteren met een
cultureel chauvinisme, populisme en rancuneuze wreedheden. Ja, we leven in een
tijdperk van het niets. We leven in het tijdperk van het niets waar de wereld
ondergedompeld is in chaos.
Ik kan tot slot nog maar een
conclusie trekken: We zijn in deze chaotische wereld allen nihilist geworden.
Ooit was het deus sive natura, nu is het esse sive nihil om een uitspraak
van een 17de eeuwse Portugees-Joodse filosoof te
verdraaien. Tegenwoordig is het oude zijn een niets geworden.
Nadat ik deze finale conclusie heb getrokken, moet ik nog een tweede belofte
inlossen en dat is een verduidelijking geven over de ondertitel van dit boek:
destructie van de filosofie. Het moge duidelijk zijn dat, na lezing van dit
boek, mijn discours zich op een geheel ander niveau afspeelt dan de veelvoud
aan filosofische bespiegelingen die u dagelijks krijgt voorgeschoteld. Wat ik
in dit werk gepoogd heb, is de kentheoretische ontwikkelingsgang te schetsen
van het voorsocratische denken naar het nu. En dat is
er een geweest van het zijn naar het niets. Ergens in de jaren tachtig van de
vorige eeuw heeft zich een ingrijpende ‘gebeurtenis’ voorgedaan die een
radicale wending heeft gegeven aan het filosofisch denken en, naar ik begrepen
heb, het denkend deel der natie veel hoofdbrekens heeft bezorgd. Ogenschijnlijk
heb ik daar minder last van gehad, want ik ga uitvoerig in op het Franse denken
vanaf de jaren zestig en oefen daar kritiek op uit. En heb vervolgens mijn
conclusies getrokken. Tot zover de weg die ik op theoretisch vlak heb
bewandeld.
In de praktijk betekende die
wending ook een definitief afscheid van het ‘grote’ denken dat eeuwenlang in
Nederland en Vlaanderen wijsbegeerte werd genoemd. De Centrale Interfaculteiten
der Wijsbegeerte werden opgeruimd. In de plaats daarvan werden er vakgroepen
filosofie (enkele universiteitssteden uitgezonderd) in het leven geroepen die deel
uitmaakten van de faculteit Geesteswetenschappen. Vanaf die tijd werd de
traditie van de grote filosofie doodverklaard en verbannen naar de
achterkamertjes van bibliotheken, waar zij vervolgens een kwijnend bestaan
leiden. Inherent aan de tijdgeest, het postmodernisme tierde welig, begon op de
universiteiten de kleine filosofie, dat wil zeggen de huis-, tuin- en
keukenfilosofie, aan een enorme opmars.
Kortom: Het filosofisch denken heeft
een ontwikkeling doorgemaakt van oneigentijds naar
eigentijds, dat, hoe je het ook wendt of keert, beter aansluit bij het mediale
circus van het nu. Nu blijven er altijd wel een paar filosofen over die die
stap niet willen zetten, eigengereid zoals ze zijn. Die, om het in Heideggerse termen uit te drukken, zich fel verzetten tegen
de ‘Denkvergessenheit’. Tegen beter in, zou ik eraan
willen toevoegen. Ook dit boek zal het lot treffen vergeten te worden. Elke
poging een kritische wijsgerige analyse te plegen, blijkt tegenwoordig niet
alleen een gevecht tegen de wanhoop te zijn, maar ook een tegen de
spectaculaire tijdgeest die in en in nihilistisch is.
René Sanders, maart 2022*
*Na voltooiing van dit boek
zijn de ontwikkelingen op politiek, economisch en sociaal en
biologisch/chemisch gebied nog verder verscherpt (als je je nog van een
klassiek medium bedient, loop je altijd achter de feiten aan). De wereldmachten
met hun idiote, onnavolgbare besluiten dreigen de mensheid in een nieuwe
wereldoorlog te storten. En wat er op politiek, economisch en
medisch-biologisch (op weg naar de volgende epidemie) gebied aan de hand is,
getuigt alleen maar van een vergaande ontwrichting van de maatschappij en een
verdere toename van het ongeloof in politieke oplossingen. Dit sluipend proces
lijkt niet meer te stuiten.
Voetnoten
(1) Ik zou hier talloze voorbeelden van kunnen geven, eigenlijk teveel om op te
noemen. Vooruit twee: 1. het debat dat door de media aangezwengeld werd omtrent
het onderzoek naar de vermeende verrader van de familie van Anne Frank, die
destijds lid was van de Joodse Raad. Menige journalist trok de
‘wetenschappelijke status’ van het onderzoek in twijfel met argumenten op basis
van een wetenschapsopvatting die medio vorige eeuw al failliet was verklaard
(de Gemeente Amsterdam besloot zelf de subsidie voor het onderzoek in te
trekken). Inmiddels is het boek doodverklaard.
(2) Bijvoorbeeld zoals die zich nu in de Oekraïne voordoet. Over de media die
altijd maar weer dezelfde gruwelijke beelden van een oorlog belichten, kan ik
kort zijn. In het oorlogsspektakel wordt Rusland, nu in de hoedanigheid van
Poetin, afgeschilderd als de grote vijand, maar dat wisten we al en Oekraïne
als de grote vriend (dat het Westers kapitalisme al decennialang zijn
economische en politieke tentakels heeft uitgespreid over dat land, daarover
zwijgt men).
Waar het feitelijk om draait is dat Rusland een poging onderneemt het
economische en politieke zwaartepunt van de wereld te verleggen richting het
oosten. Verder is het alom bekend dat Oekraïne rijk is aan grond- en
delfstoffen, en naar de overtuiging van Hitler en Stalin over de grootste
graanschuur beschikt van Europa. Welk land of Unie wil zo’n land nou niet
annexeren. Poetin droomt van een groot Russisch Rijk, gezien zijn hang naar het
oude tsaristische Rusland waar staat en kerk nog met elkaar verenigd waren, is
dat niet vreemd.
Als Rusland in de huidige oorlog gedekt wordt door China (wie de vijand van
mijn vijand is, is mijn beste vriend), dan zal het een strijd zijn om de tot nu
toe dominante macht van het Westers kapitalisme te ondergraven ten behoeve van
die van het oosten, al met al een klassiek voorbeeld van een geopolitieke
machtsstrijd.
Sinds de Chinese krijgskundige Sun Tzu (500 v.Chr.)
worden voor het uitlokken van een oorlog altijd weer dezelfde argumenten
aangevoerd. Oorlog is niet alleen, zoals de voorsocraticus
Anaximander het heeft verwoord, een wisseling van
agressie en contra-agressie. Nee, het is meer, oorlog is: de vader aller
dingen, om het in de taal van 2600 jaar geleden uit te drukken: polemos pater panton (hoofdstuk
1, Heraclitus). De wereld van het nu wil een groter Rusland, een groter Servië,
een groter China, een grotere Europese (Franse) Unie. Het lijkt wel of we
worden teruggebombardeerd naar de 19de eeuw. Nietzsches ‘Wille zur Macht’
blijkt een ‘Wille zum Krieg’
in te houden.